Column | Zwijgen 2 - Jan-Hein de Wit
17111
wp-singular,page-template-default,page,page-id-17111,page-child,parent-pageid-16576,wp-theme-bridge,usm-premium-16.2-updated-2022-11-02,sfsi_plus_16.2,sfsi_plus_count_disabled,sfsi_plus_actvite_theme_default,bridge-core-3.0.1,qode-page-transition-enabled,ajax_fade,page_not_loaded,,no_animation_on_touch,qode-title-hidden,qode-theme-ver-28.7,qode-theme-bridge,disabled_footer_bottom,qode_header_in_grid,wpb-js-composer js-comp-ver-6.8.0,vc_responsive

2026-06 ZWIJGEN 2

Zwijgen is de buurman van liegen.

 

Ik woonde als student bij een hospita. Een alleenstaande vrouw met een heleboel katten in huis. Juffrouw Bleek. Ongetrouwd dus, anders was het mevrouw Bleek.

 

Er woonde nog een andere student. Het leek me een scheikunde student, want in zijn kamer hing een bord met de tekst “Freedom for all molecules!”. We hadden verder geen contact. Studeren was een fulltime baan en ’s avonds was ik bij vrienden. De avonden dat ik thuis was, hoorde ik altijd één en hetzelfde stuk muziek door de dunne muur. Hij had maar één plaatje of hij was een mafkees. Steeds klonk het fluwelen parlando van Donovan.

“The continent of Atlantis was an island, which lay, before the great flood, in the area we now call the Atlantic Ocean.”

 

 

Voor juffrouw Bleek was ik de favoriet van ons twee. Dat was best een opgave. Vermoedelijk beviel het haar wel dat ik haar wartaal rustig en zwijgend kon aanhoren. Vaak zat ze, met een paar katten op schoot, te lezen in de bijbel en kreeg dan weer een of ander helder inzicht. Dan stormde ze mijn kamer binnen, minstens 4 katten achter haar aan, en moest ik na een lang betoog bevestigen dat ze wederom een briljant inzicht had gekregen. En ondertussen klonk door de dunne muur “Way down below the ocean where I wanna be she may be”.

 

Welkom in huize ‘de maffe kat’!

 

 

Mijn vader besloot op enig moment om eens te komen kijken waar ik in het verre Utrecht op kamers zat. Dat was voor hem een hele onderneming, drie hoog aan de Vleutenseweg, zijn houten been omhoog slepen. Maar hij wist niet beter. Slepen met zijn been prothese de trap op, deed hij al zijn hele volwassen leven. Hij was een jongen van 7 toen hij een been verloor bij een ongeluk met een paardentram.

Mijn vader was gesteld op bepaalde formaliteiten en dus had ik zijn komst aangekondigd bij juffrouw Bleek; zo ook had ik mijn vader gewaarschuwd dat je bij haar in huis struikelt over de katten.

 

 

En daar stond hij onderaan de lange trap. Juffrouw Bleek sprak op deftige toon haar welkomstwoord. En mijn vader kam naar boven met de sleepbeweging van zijn houten been, die mij zo vertrouwd was. Juffrouw Bleek kreeg ogen als schoteltjes bij het zien van mijn vaders traplopen.

Hij bleef een kwartiertje en ging weer. Onmiddellijk nadat mijn vader was vertrokken stormde juffrouw Bleek mijn kamer binnen. “Jàn!” riep ze uit met die scherpe Utrechtse a-klank. “Wat zal jij een trots zijn op je vader, jochie!” “Gods genade voor jou, dat je zo’n vader mag hebben.”

 

 

Al snel werd duidelijk dat ze niet voor de charme van mijn oude heer was gevallen. Hij was een held! En niet zo maar een held, maar een oorlogsheld. Diep respect moeten we hebben voor oorlogsinvaliden. Wat die hebben gegeven voor het vaderland! Zijn houten been, het bewijs van zijn heldenmoed!

 

 

Ik had haar kunnen vertellen dat mijn vader als zevenjarig jongetje zijn been verloor door een ongeluk met de paardentram. Dat is de waarheid, maar haar waarheid was aantrekkelijker. Een goede naam bij je hospita kan altijd van pas komen. Dus ik zweeg en incasseerde de bewondering van mijn hospita voor de oorlogsheld, die mijn vader niet was.