2025-03 HOOP
2025-03 HOOP
Het NOS journaal was een paar maanden geleden in de Mariakapel van de Sint-Janskathedraal in Den Bosch. Dagelijks komen er mensen bidden, een kaarsje opsteken, wat mijmeren of nieuwsgierig rondkijken. Het journaal oordeelde dat er de laatste tijd veel meer kaarsjes worden aangestoken. Een kleine steekproef leverde de constatering op dat de stroom slecht nieuws meer mensen naar de Mariakapel bracht. Veel mensen zijn ongerust over wat er allemaal staat te gebeuren. Ze zijn geschokt over wat het nieuws brengt. Komt er oorlog? Is de tijd van vrede ook voor ons voorbij? Vormen de tegenstellingen tussen machthebbers een steeds grotere bedreiging voor de wereld? Wat kunnen we doen? Wat moeten we doen?
Voor gelovige mensen is het aansteken van een kaarsje in de Mariakapel, een vraag aan de Heilige Maria om steun en vertrouwen. Voor heel veel mensen, ook niet-gelovigen, is het een gebaar van goede wil en vooral een gebaar van hoop. Wij willen hopen dat het ‘gezond verstand’ zal overwinnen. Wij willen hopen dat het goed komt. Wij zullen hopen tot het niet meer kan. Het is de hoop die ons rest als het moeilijk wordt en we ons machteloos voelen. Alleen hoop is wat ons rest.
Ik ging naar de supermarkt. Deze keer hoefde ik niet het poortje door met een kar of een mand. Bij de servicebalie stond een lange rij, Ontspannen sloot ik aan. Ik had geen haast. Voor mij stond een slecht verzorgde en armoedig geklede man, een beetje weggedoken in de kraag van wat een jas moest voorstellen. Hij keek voortdurend naar zijn eigen hand. Ik kon raden dat zijn hand was gevuld met muntgeld. Er was niet veel meer nodig om voorzichtig te concluderen dat de arme man het muntgeld ging ruilen voor..? Voor wat? De servicebalie biedt geen sigaretten meer, en alcohol nog minder. Ik kon het niet bedenken en dat vond ik achteraf heel erg naïef.
Toen hij aan de beurt was. fluisterde hij iets tegen de scholier van dienst. “Hoeveel?”, vroeg de jongen van de servicebalie. De man zei niets en legde een handvol muntgeld op de balie. De scholier sorteerde de munten en telde. Achter mij stond een vrouw die bijna vlam vatte van ergernis. “Schiet op man. Ik heb meer te doen!” Ik wierp haar vluchtig een afkeurende blik toe. Maar ja, ik had geen haast. “Dat is genoeg voor vijf krasloten en dan hou je nog 10 cent over.” Ik vond het een goede service voor een servicebalie. De jongen overhandigde de man de krasloten en ik was aan de beurt.
Op weg naar buiten zag ik de arme man driftig krassen op de kaartjes die hij had gekocht. Ik wachtte de uitslag niet af. Het is onbeschaamd om mijn luxe nieuwsgierigheid te bevredigen. Ik wilde het ook niet weten. Ik denk te weten dat de uitslag weer teleurstellend zal zijn. Vermoedelijk zal hij het pand zonder enig resultaat verlaten. En vermoedelijk is het niet de eerste keer en zal het niet de laatste keer zijn. Hij zal straks weer zijn hand ophouden en hij zal weer hopen.
Alleen hoop is wat hem rest.