2025-08 BLIND
2025-08 BLIND
Er is een leuk filmpje van het tv-programma Klokhuis waarin wordt uitgelegd wat ‘ziende blind’ is. In dat programma worden zulke moeilijke kwesties altijd positief (en humoristisch) benaderd. Een jongen is ziende blind als hij achter één meisje aanloopt, die niets van hem wil weten en niet ziet dat hij omgeven wordt door allerhande andere leuke meisjes. “Eej gast! Jij bent ziende blind!”
De uitdrukking is bekend, maar intrigerend is of het omgekeerde ook bestaat. Niet ziende blind, maar blind ziende. Die gedachte komt naar voren bij het beschouwen van het leven van bijvoorbeeld Stevie Wonder. Hij werd blind geboren in een milieu van armoede en sociale wantoestanden. Op zijn zevende zat hij achter de piano en niet veel later zong hij in een kerkkoor en leerde diverse instrumenten bespelen. En zo zijn er wel meer voorbeelden, zoals Ray Charles en Andrea Bocelli.
De combinatie van muziek en beeld is een van de krachtigste relaties in ons bewustzijn. Zou het zo zijn dat mensen die blind zijn bij muziek sterke beelden kunnen oproepen, alsof ze kunnen zien? Ik weet het niet. Maar ‘beelden’ hoeven we ook niet letterlijk te nemen.
Niet ziende blind, maar blind ziende. Zien is meer dan wat de ogen van buiten naar binnen brengen. Om dat beter te begrijpen, kunnen we terecht bij Jules de Corte. Deze bijzondere tekstschrijver werd een eeuw geleden geboren in Deurne. Het gezin telde twaalf kinderen. Zijn vader was een strijdbare socialist en trad op als stakingsleider. Kritiek op het ‘grootkapitaal’ en op ‘hoge heren’ had Jules de Corte dus van geen vreemde. De blindheid van Jules de Corte bracht hem ver. Hij werd een begenadigd pianist en een hele goede tekstschrijver en componist.
Dat Jules de Corte wel degelijk ziende was, blijkt uit veel van zijn teksten.
‘Ik zou wel eens willen weten: waarom zijn de mensen zo moe?
Misschien door hun jachten en jagen.
En misschien door hun tienduizend vragen.
En ze zijn al zo lang onderweg naar de vrede toe – Daarom zijn de mensen zo moe’.
In zijn teksten is kritiek op de maatschappij veelvuldig aanwezig. Maar altijd is er de romantiek om het niet al te zwaar te maken, zoals in de grappige tekst ‘ Het leven is een
pijp kaneel’ , waarvan in het laatste couplet bij verrassing wijsheid opduikt.
‘Het leven is zoals je het ziet.
Voor de os een last en voor de nachtegaal een lied.
En het geluk is heus geen zaak van arm of rijk zijn.
Omdat we allemaal gelijk zijn.
Alleen, de een die pikt dat wel en de ander niet.
Dus het leven is zoals je het ziet’.
De mensen van mijn generatie kennen allemaal wel ‘ Hallo Koning Onbenul – Jij decadente held – Hé hé, Koning Flauwekul – De pens is voor het vreten en de zak is voor het geld’. Hier verloochent hij bepaald niet zijn herkomst en hij zíet (!) de toenemende decadentie: ‘Ik zie jou bijna elke dag, waar ik mij keer of wend’ . Uit veel van zijn teksten blijkt dat hij ziet wat er in de opkomende welvaart op de loer ligt: consumentisme, onverschilligheid en rijkdom. Velen waren blind voor dit gevaar van teloorgang van sociale waarden, maar deze blinde niet!
Hij zag veel: ‘Het leven is een pijp kaneel’.