2026-08 GEZELSCHAP
2026-08 GEZELSCHAP
Hij was mijn directeur. Arie. Ik was erg jong en ontplofte bijna van de ambitie. Het was de tijd van het IKV en de grote demonstraties tegen kernwapens. Amsterdam, 1982. In het rumoer van die jaren was Arie voor mij een baken van rust. In zijn vrije tijd was hij dominee.
Hij behoorde tot de Doopsgezinde-Remonstrantse Gemeenschap. Voor een Rooms Katholieke jonge man was het een pot nat, al die stromingen binnen de Protestantse kerk. Veel later heb ik begrepen dat Arie behoorde tot een stroming met kernwaarden zoals verdraagzaamheid en pacifisme. De VPRO heeft zijn wortels in deze hoek van het protestantisme.
We spraken elkaar niet vaak. Maar ik herinner me de rustgevende werking die gesprekken met hem op mij hadden. Ik was in die tijd (nog) belijdend Katholiek, maar worstelde met allerhande kerkse kwesties. Ik was vooraan in de dertig, hij was bijna vijftig. Dat leeftijdsverschil en zijn ontspannen houding maakte het voor mij mogelijk om het over God te hebben.
“We kunnen niet zonder God. Zonder God is voor ons geen bestemming. En zonder bestemming zijn we reddeloos verloren.” Dat is een tekst van Arie om lang op te kauwen.
Ik ontdekte door hem dat ik er van hield om te spreken of te schrijven over de dingen die ons wezenlijk beroeren. Ik was gegrepen door zijn toespraken, altijd uit zijn hoofd op basis van een paar woorden op een heel klein papiertje in zijn hand.
Na zeven jaar roerig Amsterdam heb ik afscheid genomen. Arie gaf me een boek met de titel “Concordantie”. Dat boek heet dus niet concordantie maar ís een concordantie. Katholieken zijn niet zo geïnteresseerd in de bijbel, anders had ik wel geweten wat ik in mijn handen had.
“Dit is voor alle mooie dingen die je in de toekomst tegen mensen gaat zeggen.” In een concordantie is voor elke woord in de bijbel de vindplaats gegeven. Heb je bijvoorbeeld iets te zeggen over jaloezie? Een relevante tekst in de bijbel is snel gevonden.
Maar meer betekenis hechtte ik aan het tweede cadeau dat hij me gaf: drie pinguïns van gebakken klei. Daarbij sprak hij een wens uit die de plichtpleging van een directeur ver overstijgt. “Ik wens je goed gezelschap in je leven.” En in gezelschap van drie pinguïns ging ik de toekomst in.
Van de drie is er nu nog één pinguïn over. Het is verleidelijk om te denken dat er sinds Arie nogal wat turbulentie in mijn leven is geweest en dat het afnemen van dit keramisch gezelschap daarvan een symbool is. Maar zo is het wel een beetje. De twee ontbrekende pinguïns zijn gesneuveld zoals de goede dingen die je verliest in de loop van je leven.
Ik vertrouw er op dat deze laatste pinguïn mij tot het einde zal vergezellen. Mijn directeur Arie was een bijzondere man en voor mij van veel betekenis. Ik heb de kerk al weer lang geleden verlaten, maar ik heb nog altijd affiniteit met religieuze gedachten, zoals die van Arie. Voor mij zijn de herinneringen aan hem een deel van het goede gezelschap dat Arie mij toewenste.