Column | Autonoom - Jan-Hein de Wit
17065
wp-singular,page-template-default,page,page-id-17065,page-child,parent-pageid-16576,wp-theme-bridge,usm-premium-16.2-updated-2022-11-02,sfsi_plus_16.2,sfsi_plus_count_disabled,sfsi_plus_actvite_theme_default,bridge-core-3.0.1,qode-page-transition-enabled,ajax_fade,page_not_loaded,,qode-title-hidden,qode-theme-ver-28.7,qode-theme-bridge,disabled_footer_bottom,qode_header_in_grid,wpb-js-composer js-comp-ver-6.8.0,vc_responsive

2026-01 AUTONOOM

Het zal ongeveer 1963 zijn geweest. Op zondagmiddag luisterde mijn ouders naar operettes. Als puber vond ik het uiteraard verschrikkelijke muziek. En er was een alternatief. In de auto van mijn vader zat een autoradio en op zondagmiddag zond de BBC de top 40 uit. Daar is het begonnen: mijn liefde voor popmuziek en in het bijzonder voor de Beatles.

 

 

Het bekijken van de recente documentaire “Get back” over de Beatles is voor mij een “memorylane”. Maar met de wijsheid van nu, is het nog veel meer. Een ode aan de authentieke muziekkunstenaars. In 1969 werkten de Beatles aan een van hun laatste gezamenlijke projecten. De groep had enkele jaren van grote productiviteit en creativiteit achter de rug. Sinds 1966 traden ze niet meer op en werkten ze alleen in de studio aan hun muziek. Hun vernieuwing van de popmuziek in die jaren is uniek voor de 20e eeuw.

 

 

Er is een documentaire over hun studiowerk. Deze duurt 8 uur. Het is een registratie van het samenzijn van de vier twintigers in de studio. En alle elementen van hun samenzijn worden onversneden getoond, zoals wanneer een van de vier niet komt opdagen of zijn vriendin meebrengt. Ze zitten met z’n tweeën te pingelen op de piano. Ze luisteren naar stukjes van de opnames en er wordt verveeld in de ruimte gestaard. Het ‘jammen’ op enkele akkoorden, het variëren van gitaarriffs, het veranderen van woorden in de tekst, het zijn allemaal elementen van grote muzikale creativiteit.

 

Ik kan blijven kijken naar de beelden zonder plot of climax en ik ben niet de enige. Het is interessant om te onderzoeken waarom mensen zoals ik tamelijk verslaafd kunnen kijken naar een documentaire van acht uur, die niet werkt naar een conclusie of uitkomst. Ik kijk naar authenticiteit. Ik kijk naar autonome kunstenaars.

 

In de slipstream van de zegetocht van de Beatles, werd er ergens in de tweede helft van de zestiger jaren een popgroep gefabriceerd, de Monkees. Producenten bedachten een concept, dat moest leiden tot grote populariteit van de muziekgroep. De vier leden worden bijeengebracht via een advertentie: “four insane boys”. Een muzikale achtergrond was geen vereiste! Het ging de bedenkers vooral om de uitstraling van vier jonge gasten die volle zalen (met meisjes) zouden trekken. Het is een primeur. Popmuziek was niet langer meer een ‘way of life’. Het was een product geworden. Iets waar je in zou kunnen investeren. Ze werden namaak-Beatles genoemd, maar dat waren ze op geen enkele manier. Zij waren een instrument van investeerders en een object van een nieuwe economie.

 

 

Het is dit contrast dat de Beatles in retrospectief uniek maakt. Het is de tegenstelling tussen brutale autonomie enerzijds, en de confectie van investeerders anderzijds. Maar dat niet alleen. Ik vind het een illustratie dat het kunstenaarschap alleen kan groeien op basis van autonomie. In de huidige popmuziek en jeugdcultuur bestaat het nog steeds: muziek als geraffineerd commercieel product en muziek als het werk van een autonome kunstenaar. De Beatles zijn in die zin niet uniek. Maar wel een inspirerend voorbeeld